Geen luid geluid

Geen luid geluid, geen luid geluid
De winter vriest de vreugden uit.
Maakt grond en sneeuw en harten hard
en al de bomen zwart
De hutten staan zo kil en stil
alsof haar elk gesloten wil
daarbinnen dringt de koude maar,
daar uit de dodenbaar

Gebogen hoofds, vereenzaamd droef
Een moeder die haar kind begroef
Sluipt wanhoop d’_aarden straten door
en glimlacht als te voor
en glimlacht of zij hoop nog hiet
dat niemand merk haar wrang verdriet,
En draagt uit rouw geen rijker kleed
Maar diep haar dieper leed

Geen luid geluid
Dichter: René de Clercq.
Toonzetting en muziek: Anton Greefkes

Terug naar René de Clercq