December

C.S. Adema van Scheltema

Al de bladers zijn verdronken
In het water, in de regen
En het donker bos staat open
En de droppelige stronken
Staan verlaten aan de wegen
Stille winter laat een sprokkel
Aan een hart dat niet mag hopen

Al de zon is uitgeblonken
En het jaar is heengezegen
En mijn handen zijn nog open
En mijn hart is leeggeschonken
En het heeft niets weergekregen
Schemer laat één lichte sprankel
Aan een hart dat niet mag hopen

En de nacht is neergezonken,
En de nacht is opgestegen
En mijn ogen zijn nog open
En zijn duizend witte vonken
Hebben zo doodstil gezwegen
Klare nacht laat éne starre
Aan een hart dat niet mag hopen