Schoolmeesters Grafstee

Ik weet een eenzaam plekje,
Dat achter ’t Kerkje ligt,
De grasjes en de kruidjes
Die groeijen daar zoo digt.

Hij, die mijn Jonkheid kweekte
Met goedheid en verstand,
De brave Meester rust daar…
De braafste van het Land!

En midden in dat plekje
Heeft (toen ik ging) mijn hand
Den lieven Man ter eere
Een rozestruik geplant.

‘k Had jaren rondgezworven –
En was te land en zee
Getrokken en getogen….
Nu wenschte ik rust en vreê.

En toen ik op het plekje
Daar achter ’t Kerkje kwam,
Stond er mijn rozestruikje
Gegroeid tot rozestam.

Maar zie! een twééde stond er
Zich strenglende er door heen,
En vlocht zijn witte rozen
Vast met mijn roode ineen!

Des goeden Meesters dochter
Was (toen ik ging) een kind,
Maar om mijn rozeplanten
Heeft zij mij steeds bemind.

En of ‘k ook lang mogt zwerven,
(Ze hoorde nooit van mij!)
Zij bleef het struikje kweeken
En plantte er een nog bij.

Zoo is des Meesters dochter
Zelve als een roos gegroeid,
Die thans (in ’t dorp de schoonste!)
Met rijke geuren bloeit.

Gedicht: Jan Pieter Heye

Drie maanden zijn vervlogen!…
Daar gaat, zoo vroom te moê,
Het hart vol zaalge weelde,
Een Paar naar ’t kerkje toe.

En toeft een wijl op ’t plekje,
En vouwt de handen zaâm,
En lispt, in dank en liefde,
Des goeden Meesters naam! –

De bruigom draagt in ’t knoopsgat
Een volle witte roos,
Terwijl, als eier der lokken,
De bruid een roode koos.

Gedicht: Jan Pieter Heye

Schoolmeester Grafstee
Toonzetting en muziek: Anton Greefkes

Terug naar Wal & Kant