De Anna Maria Paljas

Straks vaart ons roemrijk vlaggeschip uit
De Anna Maria Paljas
Zij ritselt als een mand rijp fruit
Langs het grijze watergras.

zij lost haar kanonnen in rijk geraas
negen maal; rom, rom rom;
en appels rollen in blauwe waas
langs de glazen hemelkom

Negentig sterren met luid gefluit
slieren langs het hemels blauw:
daar slijpt een matroos de patrijspoorten uit
maar ëën spelt hij er op zijn mouw.

en één, maar waar geen mens van weet,
schuilt hij aan Zijn harige borst,
die schenkt hij misschien een lief of eet
hem op bij tropendorst

Want ergens waar de evenaar vlamt _
valt het water vingerhoed schaars,
tot de zonkreeft zich in het hart vastkrampt
en dan zwellen de lippen blauwpaars

daar zal de matroos zijn kiel opendoen
en klauwen naar_hart en lijf
maar de zilveren ster wordt een watermeloen
en naar iedereen werpt hij een schijf.

Straks vaart ons roemrijk vlaggeschip uit
De Anna Maria Paljas
Zij ritselt als een mand rijp fruit
Langs het grijze watergras.