Avondlied

2002 was meen ik het jaar dat in Hoorn teruggedacht werd aan de glorieuze dagen van dit Zuiderzeestadje aan het Markermeer gelegen. Aanleiding voor de schrijversvereniging Sisifus om een gedichtenwedstrijd uit te schrijven waarin dit onderwerp van Hoornse trots tot uitdrukking kwam. Zelf denk ik met gemengde gevoelens terug aan deze tijd, weliswaar heel knap dat een klein land als Holland dit voor elkaar kreeg, maar met dank aan al die mannen vanuit heel Europa die mede de schepen bemandden.
Hoe dan ook vanuit die gedachte scheef ik mijn bijdrage waarbij ik tot mijn verbazing de eerste prijs won. Niet met deze bijdrage, waar ikzelf ook niet echt ontevreden ben.

De middag raakt de avond
Een schipvaart naar de kim
De zee is zo oneindig groot
Geen eind en begin
De hemel kleurt al rood
Begin van schemering

Dan zingt een stem een lied
Vol weemoed ieder woord
Dat roept bij ieder op
Verlangens naar hun huis
Die deze woorden hoort
De kok in de kombuis

Het klinkt van Holland ver
Hoe daar de winter de koud
Die sloten stijf bevriest
Door kieren giert de wind
De sneeuw jaagt door de straat
Waar niemand warmte vindt.

Dan rijken in hun huizen
Die kruipen bij de haard
Zij hebben warme kleren aan
En eten vlees en brood
Ook daar in Hollands welvaart
Daar is_’t verschil nog groot

Zingt van zijn arme moeder
Die ziek in ’t koude bed
Zij is heel uitgemergeld
Door tering wordt gekweld
Weet als geen ander mens
Haar dagen zijn geteld

Verhaalt van dochter Aaltje
Die steeds maar weinig woog
Misschien is zij nu sterker
En schaats zij op de gracht
Hij krijgt een traan in_’t oog
Als zanger daar aan dacht

Hij zingt ook van zijn Tryntje
Zijn teer beminde vrouw
In armoe moet zij leven
Ondanks het geld wat hij
Voor alle zware arbeid loont

Hier bij de koopvaardij
De V.O.C. moet varen
Van Holland naar de Oost
Het laadt de ruimen vol
Brengt schatten over zee

Veel kosten, veel gevaren
Maar wint daar goudgeld mee
De avond is gevallen
De zon is ondergegaan
Reeds twinkelt in het Oosten
Een ster aan hemels baan
De zanger ziet omhoog
En veegt zijn ogen droog

Avondzang
Tekst en muziek: Anton Greefkes